Saint Mary
 
Verslagen Amerika
20 september
<<
De kans op regen is ten oosten van de Continental Divide kleiner dan in het westen, want de regen geraakt de bergen niet over. Om het wat droger te hebben, is het dus aan ons. Je kan een lage pas nemen om de Continental Divide over te steken of je kan via de Going to the Sun road. Die weg is  adembenemend. Het landschap is niet alleen fantastisch, het is ook een lange, steile klim. Op minder dan 20km stijg je een kilometer.
Of we veel van het landschap gaan zien, is nog maar zeer de vraag.
Er is kans op mist en zelfs op sneeuw. De park warden, een gezellige Amerikaanse met haar hoed verpakt in plastiek, ziet ons met de fiets niet langs de steile kliffen rijden. Maar wij wel.
We hebben ook rustig de tijd voor de klim. Er wordt gewerkt op de top, op de Logan Pass.
Voor 18u kunnen we toch niet afdalen. En dan hebben de fietsers het rijk voor zich alleen. Maar het wordt wel nog even spannend. Om voor het donker in de camping te geraken, zo'n 25 km verder, hebben we ongeveer een uurtje.
Na een paar kilometer stevig doortrappen verrijst hoog boven ons de weg naar de zon. We lijken de weergoden te imponeren, want het is ondertussen gestopt met regenen. Eindelijk begint de klim. We rijden aan de buitenkant van de weg die alleen op de steilste plekken en in de bochten met een pittoresk muurtje is afgezet.

/\
Stilaan worden de auto's onder ons kleiner. In de vallei is het al herfst, de bomen kleuren geel.
Rode oldtimerbusjes rijden ondertussen af en aan om toeristen naar de top te brengen. We worden aangemoedigd en bewonderd. Zelfs het populaire grapje ("the one in the back isn't pedaling") ontbreekt niet. Ik vind een andere opmerking "that's what I call togetherness" geslaagder. Maar opeens zitten we midden in de wolken en is er van de bergen om ons heen niets meer te zien. Af en toe klaart de mist even op. Een bighornsheep poseert gewillig voor onze camera en loopt zelfs even met ons mee. Maar om het landschap te zien, zullen we in een boekje moeten bladeren. De zon hebben we die dag niet gezien.
We zijn boven geraakt in de regen en de mist. De laatste meters naar de top werden we geholpen door een stevige rugwind.
Na een uurtje wachten op de top beginnen we verkleumd aan de onze afdaling. Ik krijg het steeds kouder, want de ijzige wind snijdt in ons gezicht waardoor de regen nog kouder aanvoelt. Veel dalen we niet. Het zijn lastige kilometers naar de camping. Toch lukt het ons om voor het donker de tent op te zetten op Saint Mary's campground. Ik ben moe en mijn voeten zijn nat en bevroren. Er is geen afdakje om onder te koken. Het wordt me stilaan allemaal te veel. Maar Saint Mary had mercy upon us. Nog voor alles was uitgepakt, staat onze buur bij ons. Even later zit ik met kersepitten in mijn nek voor het eerst in een woonbus. We krijgen soep en een hamburger en onze natte kleren geraken droog.
's Avonds kruip ik in mijn slaapzak. Met zalige warme voetjes.

Lotje