Ieder zijn pleziertje
Verslagen Argentina
8 januari en 17 maart.
Het is altijd fijn als je de auto's achter je hoort vertragen. Dat ze wachten tot ik vanop de fiets teken doe, dat de baan veilig is en ze dus gerust kunnen voorbijsteken. Wat ze dan ook onmiddellijk doen, meestal met veel getoeter en gezwaai of de internationale opgestoken duim.
In het Parque National Los Alerces reden we weer op ripio. Lastige baantjes met veel losse en grote stenen. Het decor was prachtig. Van het ene helblauwe meer naar het andere, met stevige hellingen ertus-
voorbijreden was het raampje helemaal opengedraaid, en zag je in plaats van het geamuseerde gezicht van de bijzitter een videocamera. Zo werden we op een middag maar liefst 5 keer gefilmd. Koen kreeg het ervan op zijn heupen. Ik kreeg bij elke auto die nog maar vertraag-
sen. Op sommige geraakten de oude, verroeste en versleten Argentijnse auto's maar met veel moeite boven.
Maar ook op de plattere stukken reden ze ons traag voorbij. Het leek alsof ze nog voorzichtiger waren en eerst zelf wilden zien of er geen tegenliggers waren. Als ze ons dan eindelijk tergend langzaam
de, en waarvan we al vermoedden dat het raampje werd opengedraaid, de camera in de hand werd genomen en scherpgesteld, al de slappe lach. Wat het fietsen nog bemoeilijkte.
Wij hadden zelf een camera moeten hebben, die ene avond in Chile. Op een uitgestrekte camping waren we, bejaagd door de tàbanos, in recordtempo onze
tent aan het opstellen, toen de chauffeur van een minibusje ons aansprak. Of het een dure camping was. Het busje zat propvol Chilenen die allemaal toekeken hoe de pater familias uit het busje stapte om de plek rond onze tent te inspecteren. Koen wees er op dat het een hele grote camping was, en dat er ook verderop nog heel wat
plaats was om rustig een tentje te zetten.
En dus reed het busje verder.
Het was een prachtige avond, en toen het ook voor de laatste tàbanos te fris begon te worden, zetten we ons op het kiezelstrand om daar te koken, te eten en te genieten van een indrukwekkende zonsondergang.
Toen we terugkeerden naar onze tent,

zagen we dat de Chileense familie hun tentenkamp rónd ons tentje had opgezet. Er was nog geen drie meter tussen. De generator zorgde al voor een ronkend sfeertje. En onder onze drogende kleren waren de vrouwen pizza's aan het bakken. Toen we met open mond stonden te kijken, een slappe lach borrelde langzaam in mij op, viel de hele familie stil en stopten de kinderen met spelen. Niemand keek ons aan. Alleen de pater familias deed gewoon verder. Toen ik even later met hem probeerde te praten, keek hij me onbegrijpend (wat gezien mijn Spaans op dat moment niet helemaal onlogisch was) en met staalharde blauwe ogen aan. Hier, op deze plek was er Luz, licht, zo bleef hij maar herhalen.
We hebben dan maar onze tent verzet. Met hulp van een van zijn schoonzonen. En niet veel later klonk er weer kindergelach.
Uit het hospedaje aan de overkant van de camping, kwam een Duitser op ons af. Hij had het hele schouwspel gezien en wou ons troosten met een fles bier. Die familie, zo vertelde hij, had de vorige nacht ook al op net dezelfde plek gestaan. En trouwens, licht was er op de hele camping.
Lotje