Tettengek
 
Verslagen Argentina
18 en 19 maart.
De kruising drie kilometer voor Cholila. Ik zit op een steen en eet een waterijsje. Koen eet zijn ijsje al wandelend. En komt met een hond terug. Als we weer vertrekken, loopt de hond mee. Het zijn de laatste kilometers van een zware fietsdag, en dus gaan we niet zo snel. De hond loopt voor ons, wacht op ons, volgt ons. Ook als we toch nog wat verder rijden naar de camping aan het meer, trippelt ze mee. Ze dwingt respect af bij de mannetjeshonden die haar even besnuffelen om haar dan te laten gaan.  En  zo hebben de straathonden eens geen
<<
oog voor die voorbijrijdende tandem. Ik begin het beestje steeds mooier te vinden.
Hoewel. De teef heeft zwaar opgezwollen tepels. Ontstoken, denkt  Koen. Ik zie het weer dramatischer. Dat haar puppies haar zijn afgepakt en zij zelf is gedumpt. Waarom zou een jonge moeder anders haar jongskes in de  steek  laten  en  twee voorbijrijdende mensen volgen?
Dat is ook het idee van een lief oud Duits dametje op de camping,  dat 
maar  meteen hon-
denbrokjes komt brengen. Nu bekijkt Koen de dingen wat dramatischer. Een Duits besje in Argentinië , zou ze geen nazi-verleden hebben?



Ondertussen is Tetten, zoals de hond nu door ons genoemd is, niet van ons weg te slaan. Gaat er iemand van ons naar het toilet, of waterhalen, dan is ze daar. Ze luistert zelfs als we haar aansporen te gaan zitten. Want alleen zo krijgt ze wat brood of brokjes.   En  ook op de  camping
genieten we haar bescherming. De rashond geeft ze een beet als die volgens haar te ambetant begint te doen. En ook campinghond Max -  een echte Nazi-naam dixit Koen - ontwijkt ons. 
's Avonds als de tent opstaat, komt Tetten even kijken. Als ze ziet dat we blijkbaar toch niet van plan zijn weg te lopen, gaat ze op een veilig
/\
afstandje liggen slapen. In de tent beelden we ons al een vervolg van onze reis in samen met Tetten, die we dan wel een andere naam zouden geven. Cholila bijvoorbeeld. Als ik opper om haar misschien nu al zo te noemen besluit Koen dat je je hond toch niet Cholila kan noemen in het stadje Cholila. Tegen zo'n logica kan je weinig inbrengen.

Tetten begroet ons ook de volgende morgen al kwispelstaartend. Ze is er gerust in. Genietend van de eerste zon, kijkt ze met één oog toe hoe we alles inpakken. 
Als we klaar staan om te vertrekken, roep ik luid "Tetten". Waarop Koen opmerkt "Tetten, is dat niet hetzelfde in het Duits?"
De nachtrust heeft ons goedgedaan, en we vliegen ervandoor. Al gauw blijkt dat Tetten niet mee kan. Een zielig gepiep klinkt als afscheidsgroet. Als ik omkijk, is Tetten omringd door allemaal nieuwe blaffende vriendjes. Het is misschien toch beter zo.

Lotje