Paardenkoorts
 
Verslagen Chili
31dec - 1 jan.
<<
We dateren onze stukjes en we schrijven ze vaak in de tegenwoordige tijd, maar in feite hinken we meestal wat achterop en moeten we geregeld het nu bijna volle moleskinetje raadplegen om ons geheugen wat op te frissen.
De onderwerpen zijn verdeeld, Lotje mag het hebben over onze heldhaftige tocht over de ripiobaantjes en onze strijd met de tàbanos.
En ik zit op deze verloren ochtend, terwijl we wachten op de komst van Toon en een Charlotte waarvan Lotje nog altijd hoopt dat het haar
broer Dieter blijkt te zijn, terug te denken aan onze paardentocht.
De Chileense paarden zijn wat kleiner dan de renpaarden uit de Belgische manèges, zachtaardig, volgzaam en ze klimmen goed. Sturen gebeurt met één hand, leren paardrijden gaat snel. Na een half uurtje kennen en voelen we al het onderscheid tussen trot, draf en galop.
En heb ik door dat ik naast hooikoorts ook paardenkoorts heb.
Door elkaar geschud op de rug van Polca Knikkergat kwamen de inzichten in het diepste spreekwoordelijke wezen van de Nederlandse taal als vanzelf. Een gegeven paard niet in de bek kijken.
Over het paard tillen. Werken als een paard. Zweten als een paard. Honger als een paard. De zweep niet sparen. De teugels strak houden.
Ondertussen staken we riviertjes over, genoten we van het landschap en ging het via steile bergwegeltjes naar boven. Zonder zweten, maar met langzamerhand toch een nieuw soort zadelpijn.
Op een zachtgroen bergweitje hebben we toen onze tent opgezet, hout gesprokkeld, worstjes gebraden, ballonnen opgehangen. Gepraat met Nele en Pitte uit Antwerpen en ook een beetje met Irene uit Duitsland. Gekeken hoe Pablo en Manuela, onze gidsen, het vlees op lange stokken staken om te braden. In een miezerig regentje hebben we vervolgens feestelijk gegeten, in een meer overtuigende regenbui de champagneflessen gekraakt, de chocolade laten rondgaan en elkaar een mooi nieuw jaar gewenst.
/\
Als de paardenkoorts wat vergeten is, doen we het nog eens over.

Koen
En de volgende dag zijn we vroeger opgestaan dan ons lief was, hebben we uitgebreid ontbeten, zijn we de paarden gaan vangen, hebben we ze gezadeld en onszelf erop gehesen en zijn we weer afgedaald naar ons vertrekpunt. Om vijf uur later een beetje stram en stijf, maar helemaal begeesterd uit de stijgbeugels te stappen.